Start Contact Gastenboek
Protestantse Gemeente Roermond
 
Frits  
 Nieuws
 

 

 



FRITS!!

 

 

 

 


Juni 2012

Hoi jongens en meisjes,

Heb ik laatst gehoord dat er een Partij voor de Dieren bestaat. ‘Is dat een partij, waar alleen dieren bij mogen horen?’ vroeg ik aan de dominee. “Nee, Frits, dat is een partij, waarop grote mensen kunnen stemmen. En als maar genoeg mensen dat doen, dan kan deze partij er voor zorgen dat het beter gaat met de dieren.”
“Alle dieren? “Alle!” “Dus ook het marmotje van de buren?“ De dominee schudde even zijn hoofd . “Nee, het marmotje van de buren wordt heel goed verzorgd. Die heeft geen partij nodig. “De kanariepiet van ome Henk misschien? “Nee, Frits, ik denk dat die het ook niet zo slecht getroffen heeft.” “Maar die zit wel de hele dag gevangen in een kooi.”
“Ja, maar dat kanariepietje vindt dat niet erg. Anders zou-ie niet zo mooi zingen.”
“Maar welke dieren dan wel?” Vera keek op van haar stripalbum. “Hier ik lees net bij Suske en Wiske over varkens in te nauwe stallen, kippen, die zich niet kunnen bewegen, kalfjes, die op beton moeten slapen.”
“En als we allemaal op de partij voor de dieren zouden stemmen?”, vraag ik. “Dan zouden de varkens, kippen en kalfjes ons heel dankbaar zijn”, antwoordt de dominee.
“Wat een onzin”, bromt opa opeens. “Ooit een dankbare kip gezien? Of een tevreden varken?”
“Nee, opa” zegt de dominee, “maar ze zeggen dat het vlees van zulke dieren veel beter smaakt.”
Maar nu wordt Vera heel erg boos. “U wilt ze dus ook doodmaken!” “Ja”, zegt de dominee, “daarvoor houden we toch dieren?”
“Als je echt van dieren houdt, doe je dat juist niet”, zegt Vera. “En daarom is is het misschien wel goed dat er zo’n dierenpartij is. Om ze te beschermen tegen de mensen.”
Ik kijk Vera aan. Misschien heeft ze gelijk. Maar dan weet ik ook nog wel iets.
“Ik vind dat er dan ook een partij voor de kinderen moet komen!!. Nu kijken ze alle drie naar mij. “Een wat?” “Een Partij voor de Kinderen.”
“Die hebben niks te klagen”, zegt opa als eerste.
Maar de dominee krijgt rimpels in z’n gezicht. “Misschien wel een heel goed idee, Frits. Want lang niet alle kinderen zijn gelukkig. En sommige kinderen hebben het zelfs heel erg moeilijk.”
“En wie gaat die partij oprichten?” vraagt opa weer.
“U misschien?” zeggen Vera en ik tegelijk.
Nu begint de dominee te lachen. ‘Ik zal er over nadenken, ik heb tot september de tijd.

Nou, jongens en meisjes, ik ben heel erg benieuwd. En weet je wat ik als eerste zou doen, als die partij voor de kinderen er komt? Ik zou zorgen dat alle kinderen mogen meestemmen. “Vanaf dat ze kunnen lezen!”, vult Vera aan.
“Maar voorlezen kan toch ook?

Doei, FRITS

Mei 2012

Hoi jongens en meisjes,

Vandaag is het weer mooi weer en ik heb vakantie. Jullie ook? Twee weken lang hoef ik niet naar school. Kan ik lekker alles doen waar ik zin in heb.
En dat is een heleboel. Bijvoorbeeld met mijn fiets door de straat heen crossen; of met mijn vlindernetje achter vlinders aan; of met mijn hengel gaan vissen; of met mijn bal gaan spelen; of bloemen gaan plukken, op de stoep tekenen, touwtje springen, mijn vlieger oplaten, met mijn zeilboot spelen, kikkers vangen, lieve heersbeestjes verzamelen, trampoline springen, zandkastelen bouwen, slootje springen. Er is zoveel wat ik kan doen. Ik weet gewoon niet wat ik als eerste moet doen. Nee, want er liggen ook nog tafeltennisbatjes en tennisrackets in de garage, er zijn nog puzzels, die ik niet af heb, ik heb nog een hele knikkerzak met knikkers, ik heb nog voetbalschoenen, een zwembroek. Ik word er helemaal duizelig van. Zoveel. Ik weet het niet wat ik moet kiezen. Jullie wel? Wat ga jij dan als eerste doen? Paardrijden? Zwemmen? Auto’s tellen?
Weet je, ik zit me gewoon te vervelen. Niet omdat ik niets te doen heb, maar omdat er zoveel is. En ik wiebel van de éne been op het andere. En daar hoor ik de klok; al weer een kwartier voorbij. Straks is mijn vakantie om en dan heb ik helemaal nergens mee gespeeld. Ik word gewoon helemaal hiebelig.
En opeens hoor ik mijn naam:
“Frits, wil je me even helpen met de was ophangen?”
“Was ophangen, daar ben ik toch te klein voor!”
“Maar niet om het mij aan te geven.”
Oh, de dominee weer. Weet mij altijd te vinden. Heeft mij zien zitten en denkt dat ik niks te doen heb. Terwijl ik juist zoveel heb.
“Ik kan niet. Ik heb het druk,” zeg ik.
“Waarmee?” vraagt de dominee. Ja op die vraag had ik kunnen wachten.
“Ik heb het druk met kiezen.”
“Kiezen?”
“Ja, ik weet niet wat ik als eerste zal gaan doen.
“Nou, dan weet ik een mooie deal. Jij helpt mij en ik help jou.
“Waarmee?’’
“Met kiezen!”
“Hoe dan?”
De dominee lacht.
“Ik zal het je laten zien, nadat je mij geholpen hebt.”
Nadat we de was opgehangen hebben, wil ik het toch wel weten.
“U zou mij toch helpen?”
“Zeker, jij weet niet wat je als eerste moet doen?”
“Nee.”
“Nou, luister naar mijn raad. Bedenk dan wat je als tweede zult gaan doen en als derde en daarna als vierde. Dan komt het eerste vanzelf.”
“Echt waar?”
“Probeer het maar.”
En nu zit ik dus in de tuin met een schetsblok op mijn knieën. En ik teken een paar bloemen in de tuin. Want toen ik bedacht had wat ik als tweede, derde, vierde, vijfde en zesde wilde gaan doen, toen wist ik opeens wat ik als eerste wilde doen. Tekenen.
En jullie?

Doei, FRITS

April 2012

ben ik lekker aan het spelen buiten. Word ik naar binnen geroepen. Friiiiiits. Het is alweer zo laat. Zes uur. Aan tafel. Terwijl ik nog zoveel dingen wil doen. Ik wil nog stoeptegels kleuren, ik wil nog knikkeren, ik wil nog ….
Friiiiiiits. Oei, de tweede keer. Nou moet ik opschieten. Opa zit vast al lang en breed aan tafel, servet voor. Mens en vork in de aanslag. En Vera, die zal ook wel aangeschoven zijn.
Nog even mijn broekzak leegmaken. Kan ik niet allemaal aan tafel meenemen. Schroefjes, flessedopjes, stukje kurk, touw, sleutel, zakdoek.
Friiiiits. Als ik nou niet opschiet, dan zwaait er wat. Dan, dan, dan…. gauw gauw schoenen vegen en dan aan tafel.
‘Heb je je handen al gewassen?’ Opa weer. Dus opstaan, van tafel naar de keuken. Handen wassen. Terug aan tafel. ‘Kunnen we nu eindelijk beginnen?’
vraagt opa. ‘Wat mij betreft wel!’ zegt Vera. “En ben jij nu klaar?”, vraagt opa mij. ‘Ja, opa.’ ‘Dan zijn we nu even stil.’ De dominee schraapt z’n keel. Pats! Een keiharde knal. Tegen het raam. Opa valt bijna van z’n stoel. ‘Wat is dat?’, vraagt de dominee geschrokken. Vera is al buiten. ‘Kijk, hier ligt-ie!’ Ze heeft een vogel in haar handje. Helemaal zwart met een gele snavel. het kopje een beetje scheef. ‘Leg nou maar neer! Zien we na het eten wel weer.’, zegt opa. ‘’Nee, opa, we kunnen hem niet zo laten liggen.’, protesteert Vera. ‘Dat kunnen we zeker wel, want straks wordt m’n eten koud.’ Gelukkig komt de dominee met een oplossing: ‘we doen hem in een kartonnen doos en geven hem wat voer.’ En we zetten hem bij ons op tafel,’ zeg ik, ‘dan kan ik hem in de gaten houden, terwijl we eten.’ ‘En zodra hij weer kan vliegen, laten we hem vrij.’ ,
zegt Vera. ‘Hopelijk kijkt hij de volgende keer dan wat beter uit z’n doppen.’, bromt opa. ‘Hij was in ieder geval op tijd voor het eten.’ zegt de dominee terwijl hij mij aankijkt. ‘Zou die dan ook Frits heten?’ vraag ik.

FRITS!!!!!

Maart 2012

Dat was weer een iets anders. We mochten mee naar de boekenwinkel. Niet die met alle grote mensenboeken, maar een winkel met allen maar boeken voor kinderen. We waren uitgenodigd om te komen luisteren naar het verteluurtje op zaterdagmorgen. De mevrouw van de winkel had een paar boeken uitgezocht, waaruit ze voorlas. En wij mochten luisteren met alle andere kinderen in een kring er om heen. Nou, ja opa moest wel heel erg hoesten. De voorleesmevrouw keek al een paar keer naar opa op. En ook Vera stootte hem aan. Maar toen het niet ophield, vroeg de voorleesmevrouw of opa misschien een glaasje water wilde.
Opa schudde z’n hoofd en liep gauw naar achter. Even later kwam hij terug. “Wat een smerige winkel!”, fluisterde hij. “Er zitten zelfs ratten. “Ah bah”, zei Vera, “wat vies.” Maar omdat wij thuis geen ratten hebben, wilde ik nu wel eens een echte rat zien. “Waar zitten ze, opa?” “Schuin achter in die hoek, naast de piano.” Nu stopte de voorleesmevrouw met voorlezen en keek streng onze kant op. “Jongens, een beetje stil graag.” Toen het weer rustig was, sloop ik weg. Naar de plaats, die opa had aangewezen. En inderdaad. Het klopte. Er zaten ratten. Witte in een kooitje. En helemaal niet smerig. Maar juist heel snoezig en lief.
Maar opeens hoorde ik geluid achter me. Het was de voorleesmevrouw. “Had jij ze al gevonden, Frits?” “De wie?” “De ratjes, die net geboren zijn. Misschien wil je er wel één mee? We hebben al vier ratten en als na 5 weken de ratjes bij hun moeder weg mogen, dan zoeken we een goed huisje voor hen.
Misschien bij jullie thuis?” Maar nu hoorde ik opa opeens zo hard hoesten, dat hij zich bijna verslikte. En Vera keek ook niet zo enthousiast.
De voorleesmevrouw zag het en zei: “Maar je mag ook zo vaak als je wilt, bij ons komen kijken. Vinden de kinderen vast leuk.”
Nou, dat lijkt me een goed idee! Want de ratjes wonen bijna om de hoek.
En als jullie ratjes hebben, mag ik dan ook komen kijken?

FRITS!!!!
Januari 2012

Hallo jongens en meisjes, ik mocht afgelopen zondag weer met de dominee mee.  Ja, ze hadden gevraagd of ik wilde komen. Want de kinderen hadden nog nooit een sprekende pop gezien. Natuurlijk een beetje gek, want ik ben er toch elke dag. Vera had eerst niet zoveel zin, maar toen ik vertelde dat er misschien ook wel leuke jongens zouden komen, toen haalde ze haar spiegeltje te voorschijn en ging direkt haar haar kammen. Opa zag het en vroeg of hij dat spiegeltje ook even mocht lenen.  “Nee”, zei Vera, “dat is alleen voor meisjes. U kunt wel in de spiegel op de gang kijken. ”

Nou, ik heb geen spiegel nodig om te weten hoe ik eruit zie, maar opa dus wel. “Gaat u misschien ook mee?”,, vroeg ik. “Als het een beetje een fatsoenlijke kerk is. ”Op dat moment kwam de dominee binnen. “Zijn jullie klaar, dan kunnen we op reis.”

        “Weet u waar we moeten zijn?”, vroeg Vera. De dominee glimlachte en haalde een klein televisietje te voorschijn. “Als ik hier het adres ingeef, dan wijst deze televisie mij de weg.” “Hoe kan dat?“, vroeg ik, “weet dat toestelletje waar we ons bevinden?” “Zeker” zei de dominee,  “en ik kan je ook precies vertellen hoe laat we daar zullen zijn.”

“Nou, geef mij maar een gewone kaart!”, zei opa. “Die heb ik niet meer nodig,” zei de dominee. “Uit dit toestelletje komt een stem, die me vertelt of ik links, rechts of rechtdoor moet.” “Echt waar?” vroeg Vera. “Luister maar, als we gaan rijden.” De dominee startte de auto en reed het erf af. En warempel, het toestelletje begon zomaar te praten. “Bij de eerste kruising rechts.”

“Waarschuwt dit ding ook als je de deur hebt opengelaten?“ vroeg opa. “Nee, dat kan hij nog niet.” “Dan zou ik toch maar even terugrijden.” “Hoezo?” “Om de deur dicht te doen.”

Maar toen de dominee terugreed, hoorde we het toestelletje luid protesteren. “Keer onmiddellijk om!”  “Toch niet zo slim als ik had gedacht, ” zei opa, “want anders had ze ons wel gewaarschuwd.

“Hoe ontdekte u dat de deur nog open was?”, vroeg Vera. “Ach kind, dat kwam, omdat ik net zoals jij even in de spiegel keek.”

Nou, jongens en meisjes, tot de volgende keer en misschien wel in de kerk. Op zondag 5 februari.

FRITS!!!!

 


 


 

Vorige
 
Copyright 2006 www.protestantsegemeenteroermond.nl
website PVe:18-05-2012